VAR verklaringen geen garantie meer

De overheid gaat de z.g. schijnzelfstandigheid te lijf.  Dat vindt zij nodig om een fatsoenlijke, rechtvaardige arbeidsmarkt te realiseren. Bij schijnzelfstandigheid wordt er formeel als zelfstandige gewerkt, maar is er feitelijk sprake van een zelfde situatie als bij werk door een werknemer. De (schijn)zelfstandige mist daarmee de bescherming, zoals loondoorbetaling bij ziekte en pensioenopbouw. En het betekent dat er minder premies voor de werknemersverzekeringen worden afgedragen. Kortom, een probleem dat aangepakt moet worden.

De aanpak van de overheid gaat de reikwijdte en de werkwijze van de verklaring arbeidsrelatie de z.g VAR wijzigen. Deze VAR is in 2001 in de belastingwetgeving opgenomen, en is een oordeel vooraf van de Belastingdienst over de fiscale status van de voordelen uit een arbeidsrelatie of soortgelijke arbeidsrelaties die onder overeenkomstige condities worden aangegaan. De VAR heeft betrekking op de in de aanvraag gespecificeerde werkzaamheden, en kent een viertal verschijningsvormen.

Het inkomen dat de VAR houder ontvangt uit de verrichtte werkzaamheden wordt beoordeeld als:
1.winst uit onderneming (VAR-WUO);
2.inkomen van een vennootschap waarvan de persoon directeur-grootaandeelhouder is (VAR-DGA);
3.loon uit een dienstbetrekking (VAR-Loon); of
4.resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-ROW).

De eerste twee worden ook wel zelfstandigheidsverklaringen genoemd. In het huidige systeem vraagt een zelfstandige zijn VAR aan bij de Belastingdienst. Als de zelfstandige de juiste gegevens heeft verstrekt, wordt de juiste VAR afgegeven. Sinds 1 januari 2005 geldt (op grond van de Wet uitbreiding rechtsgevolgen Verklaring Arbeidsrelatie) dat de opdrachtgever die diensten inhuurt van een opdrachtnemer die beschikt over een VAR, geen loonheffingen hoeft in te houden en af te dragen. De opdrachtnemer is dan uiteraard niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

Door de vrijwaring die verbonden is aan de VAR-Wuo is voor opdrachtgevers geen enkel risico verbonden aan het werken met zelfstandigen die in het bezit zijn van een onjuiste VAR. Volgens het kabinet  werkt dat misbruik in de hand en zij gaat daar verandering in brengen.

In tegenstelling tot nu wordt een opdrachtgever per 1 januari 2015 medeverantwoordelijk voor de juistheid van de VAR-aanvraag en kan hij hier bij gebleken onjuistheid door de Belastingdienst op worden aangesproken via naheffingen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen, al dan niet in combinatie met een boete. We kunnen binnenkort in het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet 2014 lezen hoe de gewijzigde regelgeving er exact uit gaat zien.

Maar vast staat dat uw klanten beter nu kunnen beginnen met anticiperen op deze wijziging. Immers calculeren met deze constructie voor werk in 2015 kan heel erg verkeerd uitpakken.


« terug naar het nieuwsoverzicht

Mogen wij meedenken met uw uitdaging?